priesterschap

De wijding tot priester is de kerkelijke bezegeling van een roeping. Het wijdingssacrament zorgt ervoor dat de zending, die Jezus aan zijn apostelen heeft toevertrouwd, in de kerk voor eeuwig wordt voortgezet. Het priesterschap is dus een gewijd apostolisch ambt. Het priesterschap is meer dan een zending. De priesterwijding drukt in de ziel een onuitwisbaar merkteken dat de gewijde persoon voorgoed van anderen onderscheidt.

Door de wijding wordt de wijdeling gelijkvormig met het beeld van Christus, de hoogste en eeuwige priester. Het priesterschap is het middel voor Christus’ Incarnatie op aarde, want door de bisschoppen en priesters wordt de aanwezigheid van Christus, zichtbaar gemaakt in de geloofsgemeenschap. Dit gegeven mag echter niet tot het misverstand leiden dat een priester of bisschop zelf geen menselijke zwakheden, dwalingen of zelfs zonden zou kunnen overkomen.

Het wijdingssacrament van de katholieke kerk omvat 3 graden; het episcopaat (bisschop), het presbyteriaat (priester) en, ter ondersteuning van deze twee, het diakonaat (diaken). De priester is in staat om handelend op te treden in de eucharistische dienst en de consecratie van brood en wijn in het Lichaam en Bloed van Christus tot stand te brengen. Ook kan hij absolutie over zonden uitspreken en sacramenten toedienen. Priesters wijden zich volledig aan God en bereiden zich hier op aarde al voor op het leven in de hemel, door celibatair te leven. Wanneer de basis van een celibaat gezond is, dan zal die persoon gemakkelijker het hoofd kunnen bieden aan verleidingen, die vroeg of laat zijn pad zullen kruisen.

De viering van een wijding is belangrijk, wordt in de kathedraal van het bisdom uitgevoerd door de bisschop, en er zijn veel genodigden bij aanwezig. De liturgie wordt o.a. gekenmerkt door, de beloften van de wijdeling, het afsmeken van de hulp van heiligen in de litanie van alle heiligen, waarbij de wijdeling plat er aarde ligt, de handoplegging in stilte, het wijdingsgebed en de bekleding met liturgische gewaden.